|
Pokertermen
Woordenlijst is afkomstig uit "Winning Low Limit Hold'em" van Lee Jones
Action - (1) De mogelijkheid om te handelen. Als een speler zich niet lijkt te realiseren dat hij aan de beurt is, zegt de dealer ‘Your action, sir (uw actie, meneer)’. (2) Bets en raises. 'Als er een derde harten op tafel wordt gelegd en er veel actie is, kun je ervan uitgaan dat iemand de flush heeft.'
Ante - Een klein deel van een bet die door iedere speler wordt ingezet om de pot te spekken aan het begin van een pokerhand. In de meeste Hold’em-varianten is er geen ante. In deze varianten worden blinds gebruikt om de pot te vullen.
All-In - Iemand gaat all-in wanneer hij of zij zonder chips komt te zitten tijdens het betten of callen. In table stakes-varianten mag een speler tijdens een hand maximaal betten wat hij of zij aan het begin van de hand op tafel heeft liggen. Als de speler geen chips meer heeft, wordt er een side-pot gecreëerd waarin hij of zij geen belang heeft. De speler kan echter wel de pot winnen waarvoor hij of zij nog chips had. Voorbeeld: ‘Arme Bob. Hij had een four of a kind tegen een full house, maar hij ging al in de tweede betronde all-in.’
Backdoor - Zowel de turn als de river gebruiken om een winnende hand te maken. Stel dat je de volgende kaarten hebt: A-7. De flop is A-6-4. Je bet en er wordt gecalld. De turn is de T, die iedereen checkt. De river is vervolgens een J. Je hebt nu een 'backdoor' nut flush gemaakt. Zie ook 'runner'.
Bad Beat - Wanneer een hand die een zware underdog is een zwaar favoriete hand verslaat. Deze term wordt doorgaans gebruikt om te impliceren dat de winnaar van de pot eigenlijk helemaal niet meer in de pot had mogen zitten en er met het grootste geluk van de wereld in is geslaagd de enige kaart te trekken waarmee hij of zij de pot zou winnen. We geven hier geen voorbeelden omdat je die nog vaak genoeg zult horen in je pokercarrire.
Big Blind (Grote blind) - De grotere van de twee blinds die doorgaans worden gebruikt in Hold'em-poker. De grote blind is doorgaans even groot als de volledige bet in de eerste ronde. Zie ook 'blind' en 'small blind'.
Blank - Een gemeenschappelijke kaart waaraan geen van de spelers iets lijkt te hebben. Als de flop A-J-T is, dan wordt de turnkaart 2 beschouwd als een blank. Dit geldt niet voor de 2.
Blind - Een verplichte bet (of gedeeltelijke bet) die door een of meer spelers moet worden ingelegd voordat de kaarten worden gedeeld. Doorgaans worden blinds ingezet door de twee spelers links van de button. Zie ook 'live blind'.
Board - Ook wel 'tafel'. Alle gemeenschappelijke kaarten in Hold'em-poker: de flop, turn en river samen. Voorbeeld: 'Er lag geen harten op tafel.'
Bottom Pair - Een paar met de laagste kaart op de flop. Voorbeeld: als je A-6 hebt en de flop is K-T-6, dan heb je een bottom pair geflopt.
Burn - De dealer legt de bovenste kaart gesloten weg. Dit wordt tussen elke betronde gedaan voordat de volgende gemeenschappelijke kaarten worden neergelegd. Zo wordt voorkomen dat iemand de volgende kaart op tafel herkent of kan zien.
Button - Een wit acryl schijfje waarmee wordt aangegeven wie de (aangewezen) dealer is. Deze term wordt ook gebruikt om naar de speler op de button te verwijzen. Voorbeeld: 'De button heeft geraised.'
Buy - (1) Als in 'buy the pot' (de pot kopen): bluffen, de pot proberen te kopen zonder dat iemand met je meegaat. (2) Als in 'buy the button' (de button kopen): betten of raisen in de hoop dat spelers tussen jou en de button folden zodat je als laatste aan de beurt bent in volgende betronden.
Call - Een geldbedrag dat de meest recente bet of raise evenaart in de pot stoppen. De term 'zien' (zoals in 'Ik wil die bet zien.') is tevens een gangbare term.
Call Station - Een zwak-passieve speler die vaak callt, maar niet vaak raiset of foldt. Dit soort spelers wil je graag in je spel hebben.
Cap - De laatst toegestane raise in een betronde inzetten. Dit is doorgaans de derde of vierde raise. Dealers in California zijn er dol op 'Capitola' of 'Cappuccino' te zeggen.
Case - De laatste kaart van een bepaalde waarde in een kaartdeck. Bijvoorbeeld: 'De flop was J-8-3; Ik heb pocket boeren, hij heeft pocket 8-en, en dan valt de case acht op de river, en hij verslaat mijn full house.'
Center Pot - De eerste pot die gecreerd wordt gedurende een pokerhand, dit in tegenstelling tot n of meer 'side'-pots die gecreerd worden als n of meer spelers all-in gaan. Ook wel 'main pot' (hoofdpot) genoemd.
Checken - (1) Niet betten, met de mogelijkheid om later in de betronde te callen of raisen. Equivalent aan nul dollar betten. (2) Check is ook een ander woord voor chip, zoals in pokerchip.
Check-Raise - Checken en daarna raisen als er een speler na je bet. Zo af en toe zul je mensen horen zeggen dat dit geen eerlijk of ethisch poker is. Onzin. Bijna alle casino's staan check-raisen toe, en het is een belangrijke pokertactiek. Het is vooral handig in low-limit Hold'em waar je extra kracht nodig hebt om het veld wat in te perken als je de beste hand hebt.
Cold Call - Meer dan n bet in een actie callen. Bijvoorbeeld, stel dat de eerste speler na de big blind raiset. Dan moet elke speler die hierna in actie komt twee bets 'cold' (koel) callen. Dit is anders dan wanneer je een enkele bet callt en daarna een daaropvolgende raise callt.
Come Hand - Een drawing hand (waarschijnlijk van de crapsterm).
Community Cards - Gemeenschappelijke kaarten - Kaarten die open op de pokertafel worden gepresenteerd en gedeeld worden door de spelers in varianten zoals Hold'em and Omaha. Er wordt ook wel aan gerefereerd als boardkaarten of 'het board'.
Complete Hand - Een hand die gedefinieerd wordt door alle vijf kaarten - een straight, flush, full house of een straight flush.
Connector - Een starthand in Hold'em waarbij twee kaarten opeenvolgend in waarde zijn. Voorbeelden: K-Qs (Koning-Vrouw suited), 7-6.
Counterfeit - Je hand minder waard maken doordat boardkaarten ze dupliceren. Voorbeeld: je hebt 8-7 en de flop is 9-T-J, dus je hebt een straight. Nu komt er een 8 op de turn. Dit heeft je hand minder waard gemaakt en maakt hem eigenlijk bijna waardeloos.
Crack - Een hand verslaan - normaal gesproken een zeer goede hand. Je hoort dit meestal over pocket azen: 'De derde keer vanavond dat mijn pocket azen zijn gecrackt.'
Cripple - Als in 'het deck kreupel maken'. Dit betekent dat je de meeste of alle kaarten hebt die iemand zou willen hebben in combinatie met het huidige board. Als je pocket koningen hebt, en de andere twee koningen komen op de flop, dan heb je het deck gecrippled (kreupel gemaakt).
Dealer - De speler in een pokerspel die in werkelijkheid (of in theorie) de kaarten deelt. Wanneer er een professionele dealer (casino of cardroom) of geautomatiseerde dealer (online) aanwezig is, dan is het nodig om de speler te identificeren die de kaarten zou delen, omdat de blinds en de betactie links van de dealer beginnen. Dit wordt gedaan door gebruik te maken van een marker die 'dealerbutton' wordt genoemd en die de tafel kloksgewijs rondgaat, voortbewegend naar de volgende speler nadat iedere hand voltooid is.
Dog - Kort voor 'underdog'.
Dominated Hand - Een hand die bijna altijd zal verliezen tegen een betere hand die mensen meestal zullen spelen. Bij voorbeeld, K-3 wordt 'gedomineerd' door K-Q. Met uitzondering van rare flops (bv. 3-3-X, K-3-X) zal deze hand altijd verliezen van K-Q.
Draw - Een hand spelen die nog niet goed is, maar goed zou kunnen worden als de juiste kaarten vallen. Voorbeeld: 'Ik ben er nog niet - ik ben aan het drawen'. Wordt ook wel als zelfstandig naamwoord gebruikt. Voorbeeld: 'Ik moet callen want ik heb een goede draw.'
Draw Dead - Een hand proberen te maken die, zelfs wanneer je hem maakt, de pot toch niet zal winnen. Als je een flush probeert te maken, en je tegenstander heeft al een full house, dan ben je 'drawing dead'. Dit is een slechte positie om in te zitten..
Equity - Je 'rechtmatige' deel van een pot. Als de pot $ 80 bevat, en je hebt 50% kans om hem te winnen, dan heb je $ 40 equity in de pot. Deze term is enigszins fantasierijk want je wint $ 80 of helemaal niets, maar het geeft je een idee hoeveel je kunt 'verwachten' te winnen.
Expectation - (1) Verwachting. (1) De hoeveelheid die je gemiddeld verwacht te verdienen als je op een bepaalde manier speelt. Bijvoorbeeld, stel je stopt $ 10 in een pot van $ 50 pot om naar een hand te kunnen drawen die je 25% van de tijd ook maakt, en je wint er elke keer mee als je hem maakt. Drie van de vier keer maak je de hand niet, en iedere keer verlies je $ 10 met een totaal van $ 30. De vierde keer, maak je je hand, en win je $ 50. Je totale verdienste over deze vier handen is dan $ 50 - $ 30 = $ 20, een gemiddelde van $ 5 per hand. De $ 10 call heeft dus een positieve verwachting van $ 5. (2) De hoeveelheid die je in een bepaalde periode aan de pokertafel verwacht te verdienen. Veronderstel dat je met 100 uur spelen $ 527 wint. Dan is je verwachting $ 5,27/uur. Natuurlijk zul je niet elk uur exact dat bedrag verdienen (sommige uren zul je zelfs geld verliezen), maar het is een maat voor je verwachte verdiensten.
Extra Blind - Een blind die door een speler ingebracht wordt die net aan het spel begint, terugkeert aan de tafel, of anderszins zijn positie aan de tafel verandert. Zie ook 'blind'en 'post'.
Familypot - Een pot waarin alle (of bijna alle) spelers vr de flop callen.
Fast - Als in 'play fast' (fast spelen). Een hand agressief spelen, zoveel mogelijk betten en raisen. Voorbeeld: 'Als je een set flopt maar er is een mogelijke een flush draw, dan moet je fast spelen'.
Favorite - Een pokerhand die statisch gezien favoriet is om te winnen.
Flop - De eerste drie gemeenschappelijke kaarten; open en samen neergelegd.
Folden - Elke kans verspelen om in het poker de huidige pot te winnen. Je hand neerleggen of weggooien in plaats van een bet callen of raisen.
Foul - Een hand die om de n of andere reden niet gespeeld mag worden. Een speler met een foule-hand kan op geen enkel deel van de pot aanspraak maken. Voorbeeld: 'Hij had drie kaarten na de flop, dus de dealer verklaarde zijn hand 'foul' (ongeldig).'
Free Card - Een turn- of riverkaart die je niet hoeft te callen of betten wegens het spel van eerder in de hand (of vanwege je reputatie bij je tegenstanders). Bijvoorbeeld, als je op de button zit en je raiset als je een flush draw flopt, dan zouden je tegenstanders naar je toe kunnen checken op de turn. Als je een flush maakt op de turn kun je betten. Als je 'm niet krijgt op de turn dan kun je ook checken, en de riverkaart 'gratis' zien.
Free Roll - Een speler maakt kans om een totale pot te winnen terwijl hij op het moment gelijk staat met een andere speler (twee handen van gelijke waarden). Bijvoorbeeld, stel dat je A-Q hebt en je tegenstander heeft A-Q. De flop is Q-5-T . Je zit op dit moment in een tie met je tegenstander, maar je bent aan het freerollen omdat jij de hele pot kunt winnen en je tegenstander niet. Als er geen klaveren valt, dan deel je de pot met hem; als die wel valt, dan win jij de hele pot.
Gutshot Straight - Een straight die 'van binnen' gemaakt wordt. Als je 9-8 hebt, de flop is 7-5-2, en de turn is een 6, dan heb je je gutshot straight gemaakt.
Heads Up - Een pot waar maar twee spelers om strijden. Voorbeeld: 'Het was heads-up vanaf de turn.'
Hit - Als in 'ik hitte op de flop', waarmee bedoeld wordt dat de flop kaarten bevat die je hand helpen. Als je A-K hebt, en de flop komt met K-7-2, dan hitte je op de flop.
Hole Cards - Kaarten die gesloten aan een speler gedeeld worden - meest gebruikt om de eerste twee spelerskaarten in Hold'em te beschrijven en de eerste vier spelerskaarten in Omaha.
House - De organisatie die het spel organiseert. Voorbeeld: 'De $ 2 die je op de button plaatst gaat naar het huis.
Implied Odds - Pot-odds die op dit moment niet bestaan, maar in je berekeningen ingecalculeerd kunnen zijn vanwege de bets die je verwacht te winnen als je je hand maakt. Bijvoorbeeld, je zou kunnen callen met een flush draw op de turn ondanks dat de pot je niet echt een 4:1 kans biedt (je kans om de flush te maken), omdat je er zeker van bent dat je op de river een bet kunt winnen van je tegenstander als je je flush maakt.
Inside Straight Draw - Een bepaalde kaart nodig hebben om een straight te maken. Bijvoorbeeld, een speler met een 9-5 hand en 2-7-6 op het board kan een straat maken met elke 8. Dit staat ook bekend als een gutshot straight draw.
Jackpot - Een speciale bonus die betaald wordt aan de verliezer van een hand als zijn zeer goede hand verslagen wordt. In Hold'em moet de 'verliezer' doorgaans minstens met een full house met azen verslagen worden. In een aantal van de grote Zuid-Californische kaartclubs zijn jackpots al groter dan $ 50.000. Natuurlijk wordt de jackpot opgebouwd met de rake die van het spel wordt genomen.
Kicker - Een bijkaart die gebruikt wordt om de beste van twee bijna gelijke handen vast te stellen. Bijvoorbeeld je hebt A-K en je tegenstander heeft A-Q. Als er op de flop een aas valt, hebben jullie allebei een paar azen, maar jij hebt een koning als kicker. Kickers kunnen van cruciaal belang zijn in Hold'em.
Live Blind - Een gedwongen bet die door n of meer spelers ingezet moet worden voor er kaarten gedeeld worden. 'Live' betekent dat deze spelers nog steeds de mogelijkheid hebben om te raisen wanneer zij aan de beurt zijn.
Maniac - Een speler die vaak hyperaggressief raiset, bet en bluft. Een echte maniak is geen goede speler, maar gokt gewoon vaak. Echter, een speler die zich af en toe als een maniak gedraagt en zijn tegenstanders in verwarring brengt is behoorlijk gevaarlijk.
Muck - De stapel gefolde en verbrande kaarten die voor de dealer liggen. Voorbeeld: 'Zijn kaarten raakten de muck dus de dealer besliste dat ze gefold waren ondanks dat de man zijn kaarten terug wilde.' Wordt ook wel als werkwoord gebruikt. Voorbeeld: 'Hij had geen outs dus hij muckte zijn hand.'
No-Limit - Een versie van poker waarbij de speler elke hoeveelheid chips mag betten (tot en met de hoeveelheid die voor hem staat) wanneer het zijn beurt is. Het is een heel ander spel dan Limit-poker. De beste beschouwing over No-Limit poker staat in Doyle Brunson's Super System.
Nuts - Gezien het board de best mogelijke hand. Als het board K-J-T-4-2 is, dan is A-X de nuts. Je zult af en toe de term toegepast horen op de best mogelijke hand in een bepaalde categorie, ook al is het niet de overall nuts. Voor het voorbeeld hierboven zou iemand met A-Q kunnen zeggen dat hij de 'nut straight' heeft.
Offsuit - Een starthand in Hold'em met kaarten van twee verschillende suits.
One-Gap - Een starthand in Hold'em met twee kaarten die in waarde twee van elkaar verschillen. Voorbeelden: J-9s (Boer-9 suited), 6-4.
Open-Ended Straight Draw - En van de twee kaartwaardes nodig hebben om een straight te maken. Bijvoorbeeld, een speler die 9-8 heeft met 2-7-6 op het board kan een straight maken met een tien (6-7-8-9-T) of met een vijf (5-6-7-8-9). Dit staat ook bekend als een up-and-down straight draw
Out - Een kaart die ervoor zorgt dat jouw hand wint. Meestal in meervoud gebruikt. Bijvoorbeeld: 'Elke schoppen zal een flush maken, dus ik heb negen outs.'
Outrun - Verslaan. Bijvoorbeeld: 'Susie versloeg mijn set toen haar flushkaart op de river viel.'
Overcall - Een bet callen nadat n of meerdere spelers al hebben gecalld.
Overcard - Een kaart die hoger is dan enig andere kaart op het board. Bijvoorbeeld, als je A-Q hebt en de flop komt met J-7-3, dan heb je geen pair, maar je hebt wel twee overcards (overkaarten).
Overpair - Een pocketpair dat hoger is dan enige andere kaart op de flop. Als je Q-Q hebt en de flop komt met J-8-3, dan heb je een overpair.
Scare Card - Een kaart die de beste hand in rotzooi zou kunnen veranderen. Als je T-8 hebt en de flop is
Q-J-9, dan ben je bijna verzekerd van de beste hand. Maar, als de turnkaart een T zou zijn, zou dit zeer scary (beangstigend) zijn omdat het bijna een garantie is dat je verslagen bent.
Second Pair - Een pair met de n na hoogste kaart op de flop. Als je A-T zou hebben en de flop is K-T-6 dan heb je een second pair (tweede paar) geflopt. Zie 'top pair'.
Sell - Als in 'sell a hand' (een hand verkopen). In een spread-limit spel betekent dit dat je minder dan het maximum bet als je een heel sterke hand hebt, hopend dat spelers zullen callen terwijl ze dat niet gedaan zouden hebben als je maximaal gebet had.
Semi-Bluff - Een krachtig concept dat voor het eerst bediscussieerd is door David Sklansky. Het is een bet of raise waarvan je hoopt dat die niet gecalld wordt, maar je hebt wel wat outs mocht dit toch gebeuren. Een semi-bluff kan correct zijn als betten voor value niet correct is, een bluff niet correct is, maar een combinatie van de twee een positieve expectation (verwachting) kan hebben. Voorbeeld: je hebt K-Q, en de flop is T-5-J. Als je nu bet, is het een semi-bluff. Je hebt waarschijnlijk niet de beste hand en zou graag zien dat je tegenstanders meteen folden. Ondanks dat zou je hand zich toch kunnen verbeteren tot de beste hand als er wel spelers callen.
Set - Three of a kind (drie dezelfde kaarten) wanneer je twee kaarten van dezelfde waarde in je hand hebt en er ligt een derde op het board.
Short Stack - Een klein aantal chips vergeleken met andere spelers aan tafel. Als er $ 10 voor je ligt en iedereen aan tafel heeft meer dan $ 100, dan speel je met een short stack.
Showdown - Het punt waarop alle overgebleven spelers hun kaarten opendraaien en vaststellen wie de beste hand heeft - i.e. nadat de vierde betronde afgerond is. Natuurlijk is er geen showdown als een laatste bet of raise niet gecalld is.
Side Pot - Een pot die gecreerd wordt als een speler niet meer genoeg chips heeft en waarin hij ook geen belang heeft. Voorbeeld: Al bet $ 6, Beth callt de $ 6, en Carl callt, maar hij heeft nog maar $ 2 over. Er wordt een sidepot van $ 8 gecreerd die Al of Beth kan winnen, maar Carl niet. Carl kan echter wel al het geld in de originele of 'center'-pot winnen.
Slow Play - Een sterke hand spelen alsof hij zwak is zodat er meer spelers in de hand blijven.
Small Blind (Kleine blind) - De kleinste van de twee blinds, doorgaans iets dat gebruikt wordt in een Hold'em-spel. Normaal gesproken is de kleine blind nderde tot tweederde van de eerste-rondebet. Zie ook 'big blind' (grote blind) en 'blind'.
Smooth Call - Callen. Smooth call impliceert vaak een sterke hand slowplayen. Voorbeeld: 'Ik flopte de nut flush maar smooth callde toen de man voor me bette - ik wilde niemand afschrikken.'
Split Pot - Een pot die door twee of meer spelers gedeeld wordt omdat ze gelijkwaardige handen hebben.
Split Two Pair - Een hand van twee paar waarbij n van elke kaartwaarde ook op het board verschijnt. Voorbeeld: Je hebt T9, de flop is T-9-5, je hebt een split two pair. Dit in vergeljking met two pair waarbij er een pair op het board ligt. Voorbeeld: Je hebt T9, de flop is 9-5-5.
Spread-limit - Een bet-structuur waarbij een speler in elke betronde elk bedrag binnen een range kan betten. Een typische spread-limitstructuur is $ 2-$ 6, waarbij een speler in elke betronde zo weinig als $ 2 of zoveel als $ 6 kan betten.
Straddle - Een optionele extra blind, doorgaans gedaan door de speler die n plaats links van de big blind zit, gelijk aan twee maal de big blind. Dit is effectief gezien een raise, en dwingt elke speler die wil spelen twee bets te betalen. Bovendien is de straddler het laatst aan zet voor de flop en kan dus 're-raisen'.
String Bet - Een bet (eigenlijk meer een raise) waarbij een speler al de chips die nodig zijn voor de raise, niet in n beweging in de pot krijgt. Tenzij hij verbaal een raise aankondigt kan hij gedwongen worden de raise in te trekken en slechts te callen. Dit voorkomt onethisch spel waarbij iemand genoeg chips neerzet om te callen, te zien wat het effect daarvan is, en dan mogelijk te raisen.
Structured - Dit wordt gebruikt om een bepaalde betstructuur in pokervarianten toe te passen. De typische definitie van een gestructureerd Hold'em-spel is een vast bedrag voor bets en raises vr de flop en op de flop, en dan twee keer dat bedrag op de turn en de river. Bijvoorbeeld: Een $ 2-$ 4 structured Hold'em-spel: Bets en raises van $ 2 preflop en op de flop; $ 4 bets en raises op de turn en de river.
Suited - Een Hold'em starthand waarbij je twee kaarten dezelfde suit hebben. Voorbeeld: 'Ik moest J-3 wel spelen - ze waren suited'.
Table Stakes - Een regel in poker die inhoudt dat een speler tijdens een hand geen extra geld uit zijn
portemonnee bij mag pakken. Hij mag alleen het geld dat voor hem op tafel ligt in de huidige pot investeren. Als zijn chips gedurende de hand opraken wordt een side pot (bijpot) gecreëerd waarin hij geen aandeel heeft. Al het casinopoker wordt met table stakes gespeeld. De definitie houdt soms ook in dat een speler gedurende een spel geen chips mag verwijderen van de tafel. Alhoewel aan deze regel misschien niet gerefereerd wordt als 'table stakes', is hij bijna algemeen in al het openbare poker van kracht.
Tell - Een aanwijzing of hint die een speler onbewust geeft over de sterkte van zijn hand, zijn volgende actie, etc. Zou oorspronkelijk van 'telegraph' kunnen komen of het voor de hand liggende gebruik dat hij je 'tells' (vertelt) wat hij gaat doen voordat hij het daadwerkelijk doet.
Tilt - Wild of roekeloos spelen. Van een speler wordt gezegd dat hij op tilt is wanneer hij niet op zijn best speelt, teveel handen speelt, wilde blufs probeert, raiset met slechte handen, etc.
Time - (1) Een verzoek van een speler om het spel stil te leggen terwijl hij beslist wat hij gaat doen. Simpelweg, 'Time, please!' ('Tijd alstublieft!'). Als een speler niet om tijd vraagt en er is een behoorlijke hoeveelheid actie na hem, dan kan de dealer beslissen dat de speler gefold heeft. (2) Een hoeveelheid geld verzameld op de button of elk half uur door de cardroom. Dit is een andere manier voor het huis om geld te verdienen (zie ook 'rake').
Toke - Een kleine hoeveelheid geld (doorgaans $ 0,50 of $ 1) die de winnaar van een pot aan de dealer geeft. Tokes vertegenwoordigen vaak het belangrijkste deel van het inkomen van een dealer.
Top Pair - Een pair met de hoogste kaart op de flop. Als je A -Q hebt en de flop is Q-T-6 , dan heb je een top pair geflopt. Zie 'second pair'.
Top Set - De hoogst mogelijke trips (drie dezelfde kaarten). Voorbeeld: Je hebt T -T, en de flop is T-8-9 . Dan heb je de top set (hoogste set) geflopt.
Top Two - Twee pair, door met je twee gesloten kaarten pairs te vormen met de hoogste twee kaarten op tafel.
Top and Bottom - Twee pair, door met je twee gesloten kaarten pairs te vormen met de hoogste en de laagste kaart op tafel.
Trips - Three of a kind (drie dezelfde kaarten).
Turn - De vierde gemeenschappelijke kaart, die open en apart neergelegd wordt. Ook bekend als 'fourth street'.
Under the Gun - De positie van de speler die als eerste in actie komt in een betronde. Bijvoorbeeld, als je direct links naast de grote blind zit ben je preflop 'under the gun'.
Underdog - Een persoon of hand die mathematisch gezien niet favoriet is om de pot te winnen. Bijvoorbeeld, als je vier kaarten voor je flush flopt, dan ben je een 2:1 underdog om je flush te maken op de river (dat betekent dat je je flush eens in de drie keer zult maken). Zie ook 'dog'.
Value - Als in 'valuebet'. Dit betekent dat je graag zou willen dat je tegenstanders je bet callen (in tegenstelling tot bluffen). Meestal is dat omdat je de beste hand hebt. Echter, het kan ook een draw zijn die, mits er genoeg callers zijn, een positieve verwachtingswaarde heeft.
Variance - Een maat voor de bewegingen naar boven en beneden ('up- en downswings') die je bankroll doormaakt. Variance (variantie) is niet per se een maat voor hoe goed je speelt. Echter, hoe hoger je variance, des te grotere verschuivingen je zult zien in je bankroll.
|